Menu
Activiteiten
Over de Club
Clubblad/Nieuws
Bestuur
Links
Lid worden
Ledenlijst
Clubshow
 

 
**Alles over het houden van sierduiven**

Zeg je tegen iemand 'ik houd duiven', dan is de vraag daarop meestal 'vlieg je er ook mee?'. Bij het 'houden van duiven' wordt vaak gedacht aan het houden van postduiven die aan wedstrijden deelnemen. Maar er zijn ook Sierduiven, deze kunnen deelnemen met tentoonstellingen. Alwaar ze volgens een (per ras opgestelde) standaard worden gekeurd. In Nederland zijn ongeveer 200 sierduivenrassen erkend die op tentoonstellingen ingezonden mogen worden. Deze zijn verdeeld in vijf groepen:

1. Kropperrassen
2. Kip-, Wrat- en Vormduivenrassen
3. Kleurduivenrassen
4. Tuimelaar- en Hoogvliegerrassen
5. Structuurduiven-, Meeuwen- en Trommelduivenrassen.

Aanschaf
Voor de keuze van het ras kunt u zich het beste oriënteren op één van de vele kleindierententoonstellingen. Deze tentoonstellingen worden vanaf september t/m januari in het hele land gehouden. Weet u het ras, dan kunt u wellicht op een tentoonstelling contact leggen met fokkers van dat ras.

Huisvesting
Hoewel ze in een tuin zeer decoratief zijn, zijn duiventillen niet geschikt om 'echte' Sierduiven te houden. Sierduiven dienen in een droog en tochtvrij hok, zo mogelijk voorzien van een buitenren, gehouden te worden. De grootte van het hok hangt af van het ras en het aantal paren dat gehouden word. Gemiddeld per paar ± 1 m3 aan ruimte. Maar er zullen ook jonge duiven geboren worden! Ook de zitplaatsen en de bodembedekking zijn afhankelijk van het ras dat wordt gehouden. Geadviseerd wordt om ook hierover contact te hebben met een fokker(s) van het door u gekozen ras.

Voeding
In de handel zijn zeer goede en aan het seizoen aangepaste, voedermengelingen verkrijgbaar. Sierduiven stellen geen hoge eisen. Zorg voor een bakje met voldoende drinkwater dat u iedere dag ververst. En een bakje met roodsteen en grit. Dat hebben ze voor een goede spijsvertering nodig. Duiven gaan zo nu en dan graag in bad. In een buitenren kunnen ze zich laten natregenen, maar hebt u geen buitenren, geef ze dan zo nu en dan een bak water in het hok.

Kweek
Het kweekseizoen begint omstreeks eind januari. Het kweekseizoen dient omstreeks de langste dag van het jaar (21 juni) te eindigen. De voor die datum geboren jongen hebben dan nog voldoende tijd om vóór de winter en het tentoonstellingsseizoen goed uit te groeien en hun veren te ruien. Voor het maken van een nest worden aan de duiven de bekende roodstenen nestschalen beschikbaar gesteld. De meeste sierduiven brengen in een kweekperiode met gemak 2 à 3 stel jongen groot.

Identificatie
Afhankelijk van het ras worden jonge duiven op een leeftijd van ongeveer 8 dagen van een vaste voetring voorzien. Omdat Sierduiven in verschillende groottes voorkomen, zijn die ringen in 6 verschillende maten verkrijgbaar. Bij het Ringenbureau van de NBS wordt geregistreerd aan welke fokker een bepaalde ring is uitgegeven. Aan de hand van die registratie kan, indien een sierduif b.v. later door iemand wordt gevonden, worden nagegaan van wie die duif is.

Ziekten
Wanneer uw hok aan de hiervoor vermelde voorwaarden voldoet en ook de voeding en verzorging van uw duiven in orde is, dan zullen ziekten niet veel in uw hok voorkomen. Maar ziekten of andere ongemakken zijn nooit helemaal uit te sluiten. Indien u aan één of meer van uw duiven merkt dat er iets niet in orde is, raadpleeg dan één of meer bij u bekende geroutineerde fokkers of neem contact op met uw dierenarts.

Tentoonstellen
En hebt u dan met succes een aantal jongen gekweekt, die volgens u ook aan de rasbeschrijving voldoen, dan kunt u met die duiven aan een tentoonstelling deelnemen. Uw Sierduiven worden daar door gediplomeerde keurmeesters gekeurd en van een beoordeling en (indien ze in belangrijke mate aan de eisen van de rasbeschrijving voldoen) van een predicaat voorzien.

 
 
Naar boven | Ringen | Galerij | Link